pexels-caleboquendo-11258775

Laagdrempelige steunpunten: zelfregie in de praktijk


"Ik voel alsof ik mee mag doen in de maatschappij. Ik word gezien. Ik heb een betekenis. Ik voel mij mens in eerste instantie." Claudia, ervaringskracht op een laagdrempelig steunpunt.

Werk je in het sociaal domein of in de zorg? En wil je meer weten over wat een laagdrempelig steunpunt is en hoe het in de praktijk werkt? Je bent hier aan het goede adres. Dat geldt ook voor iedereen die meer wil weten over hoe je ervaringsdeskundigheid inzet om ontmoeting, emancipatie en ontwikkeling bij elkaar te brengen onder een dak.

Waarom juist nu?
​Op gemeentehuizen door heel het land zijn ambtenaren al maanden druk bezig met het opstellen van een werkagenda waarin staat hoe iedere regio toewerkt naar een landelijk dekked netwerk van laagdrempelige steunpunten. Dit is een opgave in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). De deadline is 15 november 2026 en een van de verplichte basisfunctionaliteiten is een laagdrempelig steunpunt. Toch zijn er nog veel mensen die niet weten wat zo'n steunpunt nou eigenlijk is en wat het voor hen kan betekenen. Daar willen we graag verandering in brengen.

Wie zijn wij?
Wij zijn stichting Door en Voor, een vrijwilligersorganisatie van ervaringskrachten, al meer dan 25 jaar actief in Noordoost-Brabant. We zien dat steeds meer mensen behoefte hebben aan een plek waar ze welkom zijn als mens. Gewoon als jezelf en juist ook als het even tegen zit. Dat kan op een laagdrempelig steunpunt en samen met kennispartner Markieza zetten wij ons in voor een passend steunpunt op maat, dus ook in jouw eigen gemeente, stad of dorp.

Wat is een laagdrempelig steunpunt?

Een laagdrempelig steunpunt is een plek in de wijk waar mensen zonder verwijzing, zonder diagnose en zonder wachttijd terecht kunnen voor ontmoeting, zelfregie, herstel en ontwikkeling. Het is er voor iedereen, en in het bijzonder voor mensen met een psychische of sociaal-emotionele kwetsbaarheid en hun naasten.

Geen inloop of dagbesteding
​Een laagdrempelig steunpunt is dus niet hetzelfde als een inloop of dagbesteding. Een steunpunt gaat een stap verder: naast ontmoeting is er een gericht aanbod van zelfregie, herstel en ontwikkeling, met een doorlopende lijn waarin iemand kan doorgroeien van bezoeker naar deelnemer of vrijwilliger. (Lees meer over het verschil tussen een inloop en een steunpunt)

Ervaringsdeskundigen
Op een laagdrempelig steunpunt werken ervaringsdeskundigen samen met vrijwilligers en bezoekers. Elk steunpunt geeft vorm aan tien landelijk vastgestelde kenmerken, van de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel. Mensen worden er gezien als mens, niet als cliënt, patiënt, mantelzorger of hulpverlener. Er wordt gewerkt vanuit wat bij iemand past, op eigen tempo, zonder vaste stappenplannen.

Zelfregiecentrum
​Bij Door & Voor en Markieza noemen we een laagdrempelig steunpunt een zelfregiecentrum. En vrijwilligers zijn bij ons ervaringskrachten. Deze termen leggen meer de nadruk op wat het oplevert (eigen regie, herstel en het delen van ervaringen), niet op de voorziening zelf. In dit artikel gebruiken we beide termen, ze betekenen hetzelfde.

De Kantine
​Inmiddels runt Door & Voor zelfregiecentra op verschillende locaties in Noordoost-Brabant. Bekijk hieronder hoe dat er in de praktijk uitziet bij De Kantine in Oss.

Wat valt er te kiezen?

Het AZWA gaat uit van kleine, middelgrote en grote steunpunten, passend bij het gebied.

  • ​Een klein steunpunt (vaak satelliet van een groter steunpunt) past bij kleine gemeenten: één of twee dagdelen per week, het bieden van beperkt herstelaanbod op een bestaande locatie, met enkele tientallen bezoekers per jaar.
  • Een middelgroot steunpunt past bij gemengde gebieden: een eigen locatie, twee tot drie dagen open, met ruimte voor inloop én trainingen.
  • Een groot steunpunt past bij stedelijke gebieden: minimaal vier dagen open, met meerdere ruimtes en een breed aanbod, voor honderden tot meer dan duizend bezoekers per jaar.

Onze insteek is dat elk steunpunt (afhankelijk van het formaat) bijdraagt aan de beweging van zorg naar gezondheid. Het is een plek voor preventie, vroeg-signalering en het overbruggen van wachttijd, dichtbij en zonder drempel. Maar twee functies zien we in de praktijk pas echt tot hun recht komen bij middelgrote en grote steunpunten:

  • Inbedding in de sociale basis. Actief samenwerken met welzijn, huisartsen, zorgaanbieders en de gemeente, zodat mensen snel bij de juiste plek terechtkomen. Dat vraagt capaciteit en structurele aanwezigheid in netwerken die een klein steunpunt niet heeft. (Sowieso is voldoende capaciteit voor aanwezigheid in netwerken een aandachtspunt, zie ‘Monitor Laagdrempelige Steunpunten’)
  • Een doorlopende leerlijn richting participatie en werk. Steunpunten worden ook wel gezien als groeivijvers, plekken waar inwoners kunnen doorgroeien van deelnemer of bezoeker naar vrijwilliger. En via scholing en ontwikkelplekken richting werk (als mensen dat willen). Dat vraagt een schaal en een aanbod dat bij een of twee dagdelen per week lastig op te bouwen is.

Wat levert een laagdrempelig steunpunt op?

Laagdrempelige steunpunten leveren maatschappelijke waarde op, en die laat zich deels in geld uitdrukken. Lotgenotencontact (de kern van wat in een steunpunt gebeurt) levert volgens SROI-onderzoek van INVOLV gemiddeld €4,50 per geïnvesteerde euro op, geschat over een periode van vijf jaar.

Daarnaast voorkomt een steunpunt vaak zwaardere, duurdere zorg. Een deel van de bezoekers zou zonder zo'n plek in aanmerking komen voor dagbesteding; wie via cursussen en vrijwilligerswerk doorgroeit naar werk, bespaart de gemeente bovendien op uitkeringslasten. En het is een natuurlijke plek voor wachttijdoverbrugging: wie wacht op een GGZ-traject, kan er alvast werken aan stabiliteit en herstel.

Wat een zelfregiecentrum in de praktijk betekent, kunnen de mensen over wie het gaat het beste zelf vertellen.

WhatsApp Image 2026-07-23 at 12.32.43

Welkom in De Kantine

Een plek waar je mag zijn wie je bent

Bij zelfregiecentrum De Kantine in Oss begint het vaak met iets kleins. Een kop koffie. Een gesprek. Of gewoon even binnenlopen zonder dat je precies weet wat je zoekt. Iedereen is welkom op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo.

Langzaam ontstaat er iets. Mensen ontmoeten elkaar, herkennen elkaars verhaal en ontdekken dat ze niet alleen zijn. De één schuift aan voor een gezamenlijke activiteit, de ander komt voor een goed gesprek of een terugkerende bijeenkomst. Iedereen bepaalt zelf waar hij of zij behoefte aan heeft.

De Kantine is een plek waar bezoekers ook zelf initiatief nemen, activiteiten organiseren of de stap maken naar vrijwilligerswerk. Iedereen heeft iets te halen én iets te brengen. Juist die gelijkwaardigheid zorgt voor een sfeer waarin mensen zich welkom en veilig voelen.

Dat zie je ook terug in de ervaringen van bezoekers en vrijwilligers:

"Hier kan ik zelf uitzoeken wat ik nodig heb. Er zit geen druk op, ik moet niks." Tiny, bezoeker
"Ik kwam eerst als bezoeker. Nu ondersteun ik bij workshops. Had niet gedacht dat ik dat zou durven." Marianne, ervaringskracht
“Iedereen hier heeft respect voor elkaar. Ik ontmoet hier mensen die ik anders nooit zou zien. En we leren zo echt veel van elkaar.” Sanne, bezoeker
​Sinds ik bij De Kantine kom, zegt mijn familie dat ik opgewekter ben.” Patrick, ervaringskracht
"We zijn allemaal gelijkwaardig, bouwen samen hoop op en kijken naar de toekomst. We creëren onze eigen regie." Claudia, ervaringskracht

Dit is de kracht van De Kantine: een plek waar mensen op hun eigen manier stappen zetten, zich ontwikkelen en ervaren dat ze ertoe doen.

Download de wegwijzer laagdrempelige steunpunten, als handig naslagwerk.

De bouwstenen van een succesvol laagdrempelig steunpunt

Het kader beschrijft wát er moet gebeuren, maar niet hóe je dat doet. Gelukkig komen er steeds meer steunpunten bij, en daarmee groeit ook het zicht op wat er wel en niet werkt.

Co-creatie en gezamenlijk eigenaarschap

Op basis van onze eigen ervaring met het opzetten van laagdrempelige steunpunten weten we: een steunpunt kan pas succesvol worden als het wordt gedragen door de mensen die het gebruiken. Met ervaringskrachten en ervaringsdeskundigen als drijvende kracht.

Samenwerken en netwerken

Een steunpunt staat niet op zichzelf. Voortbouwen op wat er in de gemeente al is en vroeg aansluiten bij bestaande samenwerkingsverbanden en netwerken zorgt voor breed draagvlak en een stevige inbedding in de mentale gezondheidsnetwerken.

Trainingsaanbod

Een steunpunt staat of valt met een gemotiveerde inwoners, die begeleid worden op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Waarbij er oog is voor wat mensen (nog) wel kunnen in plaats van wat niet (meer). Herstelgericht werken vraagt om een passend en flexibel trainingsaanbod, waarin ervaringsdeskundigheid en positieve gezondheid een vanzelfsprekend onderdeel zijn.

Wie doet wat?

Een steunpunt draait op mensen met de juiste expertise. In de praktijk zien we drie rollen die samen de kern vormen. Ze groeien mee met het steunpunt.

Locatie-coördinator

De spil op de werkvloer. Iemand die zelf ervaring heeft met ontwrichting en die dagelijks aanwezig is en zorgt voor een vertrouwde sfeer. Aanspreekpunt voor vrijwilligers, bezoekers en deelnemers, en samen met de zelfregiecoach voor lokale samenwerkings- en netwerkpartners. Draagt samen met het team vrijwilligers zorg voor de planning, de bezetting, de administratie en de zichtbaarheid van het steunpunt.

Zelfregiecoach

Een senior-ervaringsdeskundige die de locatie-coördinator en vrijwilligers ondersteunt in het werken vanuit ervaringsdeskundige waarden: zoals gelijkwaardigheid, wederkerigheid en zelfregie. Geeft intervisie en fungeert als toetssteen: passen de activiteiten en interacties bij de tien kenmerken van een zelfregiecentrum? Draagt samen met de locatie-coördinator de missie en visie uit.

Programmamanager

Voert de regie op de opdracht, in relatie tot de opgave en de samenwerking in de regio. Gesprekspartner voor regionale netwerk- en samenwerkingspartners en voor de gemeente, met kennis van ervaringsdeskundigheid en gevoel voor wat er in de steunpunten speelt. Vormt de verbinding tussen de opdrachtgever en de uitvoering, en is verantwoordelijk voor de monitoring en de terugkoppeling aan opdrachtgevers.

Hoe een laagdrempelig steunpunt ontstaat

Nu je weet wat de belangrijkste bouwstenen zijn, lopen we stap voor stap door de ontwikkeling van een steunpunt heen. Een steunpunt kan op drie manieren ontstaan:

  • ​Als initiatief van een groep inwoners of vrijwilligers.
  • Vanuit een bestaand initiatief dat doorgroeit.
  • Vanuit het eigen initiatief van de gemeente.

Daarom begint een goede aanpak met een lokale inventarisatie: wat is er al, waar liggen de behoeften en wat is er (financieel) mogelijk. Bestaande locaties, zoals een inloop in een wijkcentrum of bibliotheek, kunnen soms al een startpunt zijn om in ieder geval herstelactiviteiten aan te bieden.

Hoe een laagdrempelig steunpunt groeit
Elk steunpunt is anders, maar in de praktijk herkennen we telkens dezelfde vier fasen. Van de eerste verkenning tot een steunpunt dat op eigen kracht verder kan. Hieronder de fasering zoals wij die in Noordoost-Brabant hebben zien werken, met een indicatie van de tijdsinvestering per fase.

Fase 1 - Voorbereiding

De basis leggen: wat is er al, en wat is er nodig?

  • Inventariseren en behoeften peilen, en aansluiten bij bestaande initiatieven.
  • Samenwerkingspartners zoeken en uitleggen wat een zelfregiecentrum is.
  • Een vrijwilligersgroep van zes tot tien mensen vormen, vaak vanuit deelnemers aan het herstelaanbod.
  • Afstemmen met de gemeente, een startlocatie vinden en een begroting opstellen.

Fase 2 - Start

Het steunpunt gaat open.

  • De locatiecoördinator begint en wordt geïntroduceerd in de netwerken.
  • Bekendheid genereren en verbinding leggen met samenwerkingspartners.
  • Starten met de laagdrempelige inloop en de eerste trainingen.
  • Vrijwilligers begeleiden vanuit ervaringsdeskundige waarden, met basistraining en aandacht voor monitoring en intervisie.

Fase 3 - Groei

Het aanbod breidt uit en komt steeds meer van de vrijwilligers zelf.

  • Lokale en regionale bekendheid opbouwen en aanknopen bij netwerken.
  • Scholingsmogelijkheden bieden aan coördinator en vrijwilligers.
  • Ondersteuning bij begroting en verantwoording.
  • Samen met de gemeente kiezen welke functies het steunpunt vervult.
  • Op aanvraag aanbod organiseren op andere locaties (satellieten).

Fase 4 - Borging

Zorgen dat het blijft.

  • Randvoorwaarden voor continuïteit in kaart brengen.
  • Effect zichtbaar maken via monitoring.
  • Het herstelgerichte trainingsaanbod doorontwikkelen.
  • Vrijwilligers begeleiden via meester-gezel-coaching.
  • Samenwerken met en leren van andere herstelinitiatieven.

Zo ontstaat stap voor stap een duurzaam en gedragen laagdrempelig steunpunt.

Meer informatie of hulp nodig?

De deadline van 15 november 2026 komt dichterbij. Wil je weten wat er al in jouw gemeente al gedaan is? Wat jij zou kunnen betekenen? Of heb je hulp nodig bij de realisatie? Wil je zo snel mogelijk van start met een laagdrempelig steunpunt? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

Alle belangrijke informatie over de ontwikkeling van een laagdrempelig steunpunt nog eens teruglezen? Download dan onze wegwijzer:

Wettelijk kader

Meer weten over de financiering en het wettelijk kader? Klik hier.

Meer zien?

In deze video zie je startend zelfregiecentrum De Inloop in Boxtel van Stichting Door & Voor.
​En hier krijg je een inkijkje bij zelfregiecentrum Gennep (van Stichting Zelfregie).

Laura Bus (2)

Heb je vragen? Neem gerust contact met op met Laura Bus: laura@doorenvoor.nl